Dit dossier neemt je mee van de jaren 90 tot de huidige politiesamenwerking in de Frans-Belgische grensregio. De grenscriminaliteit heeft in de voorbije decennia een opvallende transformatie doorgemaakt: van brutale ramkraken in de jaren 90, naar de actuele complexe netwerken rond drugs, mensensmokkel en transmigratie. Waar criminelen vroeger de grens gebruikten als veilig achterpoortje, staat daar nu een uitgewerkt web van afspraken en samenwerking tussen politiediensten tegenover.
De grenscriminaliteit evolueert
Jaren 1990: piek van klassieke grensbendes
2000–2010: structurering en eerste resultaten
2010–nu: georganiseerde netwerken en transmigratie
De Schengenakkoorden
De Schengenakkoorden vormen de basis van het vrije verkeer in Europa. Ze zorgen ervoor dat inwoners en reizigers binnen de Schengenzone in principe zonder systematische paspoortcontroles over binnengrenzen kunnen reizen. Tegelijk verplichten ze de deelnemende landen om aan de buitengrenzen strenge, gezamenlijke regels toe te passen en nauwer samen te werken op het vlak van politie, justitie en visumbeleid.
Het eerste Akkoord van Schengen werd in 1985 ondertekend door België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk en (West-)Duitsland, met de bedoeling de traditionele grenscontroles tussen deze landen stap voor stap af te bouwen. In 1990 volgde de Schengen Uitvoeringsovereenkomst, die concreet vastlegde hoe dat moest gebeuren: afspraken over het wegvallen van controles aan binnengrenzen, een gemeenschappelijk visumbeleid en een gezamenlijke aanpak aan de buitengrenzen.
Omdat binnengrenscontroles wegvallen, voorziet Schengen in compensatiemaatregelen om de veiligheid te garanderen. Zo kwamen er gezamenlijke politiedatabanken, zoals het Schengeninformatiesysteem, intensievere informatie-uitwisseling tussen politiediensten en duidelijke regels over grensoverschrijdende samenwerking en achtervolging. In uitzonderlijke situaties – bijvoorbeeld bij een ernstige dreiging voor de openbare orde – mogen landen tijdelijk opnieuw grenscontroles invoeren, maar alleen onder strikte voorwaarden.
Voor grensregio’s betekende Schengen een grote sprong vooruit voor mobiliteit: wonen, werken, winkelen en reizen over de grens werd veel eenvoudiger. Tegelijk maakte de grotere openheid ook duidelijk hoe belangrijk een goede grensoverschrijdende politiesamenwerking is, iets wat later verder werd uitgewerkt in specifieke Frans-Belgische akkoorden en gezamenlijke acties tegen grenscriminaliteit.
Het Akkoord van Doornik
Het Akkoord van Doornik uit 2001 is het basisverdrag dat de Frans-Belgische politie- en douanesamenwerking in de grensstreek een vaste structuur geeft en de deur opende voor gemengde patrouilles en het gezamenlijke centrum in Doornik. Het akkoord heeft geleid tot intensievere informatie-uitwisseling, gezamenlijke controles en zichtbare acties tegen grenscriminaliteit langs de volledige Frans-Belgische grens.
Op 5 maart 2001 ondertekenden België en Frankrijk in Doornik een akkoord “relatif à la coopération transfrontalière en matière policière et douanière”. Het doel is grensoverschrijdende criminaliteit, illegale immigratie en douanefraude beter te bestrijden door de politie- en douanediensten van beide landen nauwer te laten samenwerken in de grenszone.
Het akkoord legt onder meer vast dat politiediensten elkaar moeten bijstaan, snel informatie mogen uitwisselen en specifieke praktische afspraken kunnen maken voor de grensregio’s. Daarbovenop voorziet het de mogelijkheid voor gemengde patrouilles, waarin Belgische en Franse agenten en douaniers samen controles uitvoeren in een afgebakende strook langs de grens.
Het centrum in Doornik (PCCC/CCPD)
Een van de belangrijkste concrete resultaten is de oprichting van het Centrum voor Politie- en Douanesamenwerking (PCCC/CCPD) in Doornik, op Belgisch grondgebied. In dat centrum werken Franse en Belgische teams 24/7 samen om informatie te verzamelen, te analyseren en door te geven aan de lokale en federale diensten in de grensregio.
Dit centrum is uitgegroeid tot het knooppunt voor de dagelijkse operationele samenwerking: dossiers over grenscriminaliteit, mensensmokkel of rondtrekkende dadergroepen worden er gekoppeld, zodat politiezones langs beide kanten van de grens sneller kunnen reageren.
Gemengde patrouilles en gezamenlijke acties
Door het Akkoord van Doornik kunnen gemengde Frans-Belgische patrouilles worden ingezet, waarbij agenten van beide landen samen in de grenszone op pad gaan. In nieuwsberichten en officiële communicatie wordt benadrukt dat deze patrouilles en gezamenlijke controles – zoals de grootschalige nachtacties langs de grens van De Panne tot Doornik – rechtstreeks voortbouwen op het samenwerkingskader van Doornik.
Die aanpak maakt het voor criminelen moeilijker om de grens te gebruiken als “veilig achterpoortje”: teams kunnen elkaars grondgebied betreden binnen afgesproken zones en in real time informatie delen via het centrum in Doornik.
Verdere uitbouw en impact met tweede akkoord
Het Akkoord van Doornik werd later verder uitgewerkt en geactualiseerd (Tournai II), onder meer met een verfijning van de gemeenschappelijke werkzone en een sterkere verankering van de samenwerking in de Belgische politiezones. Studies wijzen erop dat deze akkoorden de samenwerking tussen politiezones langs de Frans-Belgische grens concreet hebben versterkt en de dagelijkse coördinatie rond grenscriminaliteit dichter bij de lokale realiteit hebben gebracht.
Meer lezen
Grensoverschrijdende politiesamenwerking tussen België en Frankrijk voor de politiezones van de provincies Henegouwen en West-Vlaanderen - Vast Comité van Toezicht op de politiediensten (BE) (2020)
Dit dossier van het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken schetst hoe Frankrijk en België hun politiecoöperatie aan de grens de voorbije jaren hebben uitgebouwd. Het artikel legt uit welke verdragen en akkoorden aan de basis liggen van die samenwerking, hoe gezamenlijke politieteams en politiedouane-centra werken, en hoe “spiegelacties” en gemengde patrouilles in de praktijk verlopen. (2016)
Future
Future is een terugkerende, grootschalige politieactie langs de Belgisch-Franse grens die inzet op gezamenlijke controles om grenscriminaliteit zichtbaar en gecoördineerd aan te pakken. De actie groeide uit tot een binationale traditie met meetbare resultaten op vlak van inbraken, drugszaken, wapenvondsten en verkeersinbreuken.
In deze multidisciplinaire controleoperatie voeren Franse en Belgische lokale en nationale politiediensten, douane, Dienst Vreemdelingenzaken samen grenscontroles uit op strategische punten tussen De Panne en Doornik. Er wordt tegelijk gekeken naar autocriminaliteit, rondtrekkende dievenbendes, drugs- en wapensmokkel, mensensmokkel en verkeersovertredingen, vaak met inzet van speurhonden en soms een politiehelikopter.
Future is ontstaan binnen de politiezone Grensleie, die in analyses werd aangeduid als een kwetsbare grenszone met uiteenlopende vormen van grensoverschrijdende overlast en criminaliteit. Vanuit Menen breidde het concept zich uit tot een volledige actielijn van De Panne (PZ Westkust) tot Doornik (PZ Tournaisis).
Aan Belgische kant nemen verschillende lokale politiezones, de federale politie, de Wegpolitie, douane, FOD Economie en de Dienst Vreemdelingenzaken deel, aangevuld met gespecialiseerde teams. Aan Franse zijde werken onder meer de Police Nationale, Police Municipale en de prefectuur van het departement Nord mee, met eigen controleposten en gezamenlijke communicaties richting het publiek. Die samenwerking maakt dat controles gecoördineerd zijn over de grens heen, zodat criminelen niet langer kunnen “spelen” met de scheiding tussen beide landen.