Landbouw in de grensstreek
Landbouwers in West‑Vlaanderen, de Métropole Européenne de Lille (MEL) en Wallonie picarde maken gebruik van vergelijkbare vruchtbare leem- en kleigronden, maar de landbouwpraktijk verschilt sterk in schaal, specialisatie en ruimtelijke inbedding.
- West‑Vlaanderen is een uitgesproken agrarische provincie met een fijnmazig landbouwlandschap. In de kustpolders domineren open akkercomplexen en grasland, landinwaarts worden de percelen kleinschaliger door bebouwing en infrastructuur. West‑Vlaanderen combineert hooggespecialiseerde groente- en aardappelteelten, een dichte veestapel en is sterk verankerd in internationale agro‑voedingsketens. Tegelijk staat de provincie voor uitdagingen rond waterbeheer, bodemkwaliteit, stikstofdruk en de inpassing van landbouw in een dichtbevolkte, toeristische regio.
- De Métropole Européenne de Lille blijft, ondanks sterke verstedelijking, de meest agrarische van alle Franse metropolen. De MEL telt circa 27.000 à 28.000 hectare landbouwgrond, goed voor ongeveer 40 à 46 procent van het grondgebied. Landbouwzones liggen er als groene kamers tussen stedelijke kernen en snelwegen, onder toenemende druk van verstedelijking en recreatief medegebruik. Innovatieve vormen van stadsrandlandbouw, biologisch beheer en multifunctionele bedrijven (korte keten, educatie, recreatie) duiken steeds meer op in het landschap.
- Wallonie picarde presenteert zich expliciet als een groene, overwegend landelijke regio binnen Wallonië. De regio combineert open landschap, sterke akkerbouwstructuur en heeft een sterke internationale positie.
Aardappelen en meer
West‑Vlaanderen is een Europese regio voor akkerbouw en groenteteelt in open lucht: bijna de helft van de Vlaamse aardappeloppervlakte, ruim twee derde van de groenteteelt in open lucht en een groot deel van de nijverheidsgewassen liggen in de provincie. In de polders overheersen granen en grasland, in de zandleemstreek en groentestreek springen groenten, aardappelen en maïs in het oog, nauw verbonden met diepvries- en verwerkende industrie.
De MEL kent een grote variatie: granen, suikerbieten en aardappelen gaan er samen met industriële teelten, vollegrondsgroenten, tuinbouw en sierteelt.
In Wallonie picarde domineren grote teelten zoals granen, suikerbieten en aardappelen, aangevuld met andere akkerbouwgewassen. De regio profileert zich als “Agro‑Food Valley”, waar primaire productie gekoppeld wordt aan voedingsverwerking en agro‑industrie.
Veeteelt
West‑Vlaanderen behoort tot de Vlaamse top qua veedichtheid. Een aanzienlijk deel van de provinciale landbouwoppervlakte is verbonden met veehouderij, via graslanden, voedergewassen en stalgebonden systemen.
In de MEL wordt het totale veevolume geraamd op ongeveer 24.000 eenheden. De veehouderij vult er eerder een gemengd bedrijfstype aan, in combinatie met akkerbouw en groenteteelt.
Binnen Wallonië staat de provincie Henegouwen sterk in rundveehouderij, zowel in vlees- als melkvee. In Wallonie picarde vertaalt dit zich in een patroon van akkerbouw gecombineerd met graslanden en een belangrijke rundveestapel.
Eén grote agrocluster
Innovatie in de landbouw
CARAH
CARAH (Centre pour l’Agronomie et l’Agro‑industrie de la Province de Hainaut) is de provinciale vzw en het kenniscentrum voor landbouw en agro‑industrie in Henegouwen. Vanuit Ath ondersteunt CARAH landbouwers, agrovoedingsbedrijven, overheden en onderwijs met laboratoriumanalyses, toegepast onderzoek op proefvelden, economische en administratieve begeleiding, en gespecialiseerde opleidingen in productie en verwerking. Een belangrijke troef is de experimentele en pedagogische boerderij bij Ath, waar teelten, veeteelt en proefprojecten worden gecombineerd met praktijkonderwijs en publiekswerking, zodat onderwijs, onderzoek en plattelandseducatie elkaar op één plek versterken.
Inagro
Inagro is het praktijk- en kenniscentrum voor land- en tuinbouw in West‑Vlaanderen. Het organiseert praktijkgericht onderzoek en vertaalt nieuwe inzichten naar haalbare toepassingen op het landbouw- en tuinbouwbedrijf. Onderzoekers en adviseurs werken rond thema’s als teelttechniek, bodem en water, energie, veeteelt, biologische landbouw en digitalisering, altijd met oog voor rendabiliteit én duurzaamheid. Met proefvelden, een eigen biogasinstallatie en labo’s test Inagro innovaties in realistische bedrijfsomstandigheden, zodat landbouwers gegrond en onafhankelijk advies krijgen. Zo is Inagro een scharnier tussen wetenschap, beleid, bedrijfsleven en boer, en een motor voor de landbouw van de toekomst in een sterke agrovoedingsregio.
Wagralim
Wagralim is het Waalse concurrentie- en innovatiecluster voor de agrovoedingssector. Sinds 2006 brengt het netwerk meer dan 300 leden samen: agro-industriële bedrijven, onderzoekscentra, universiteiten en opleidingsinstellingen. Het cluster stimuleert samenwerking rond innovatieprojecten, nieuwe producten en processen, met focus op duurzaamheid, circulariteit, efficiënte productie en gezonde voeding. Via projectbegeleiding, netwerking en internationale zichtbaarheid helpt Wagralim bedrijven groeien, jobs creëren en de agrovoedingsketen in Wallonië toekomstbestendig maken.
FOOD RADARS VOOR VOEDING
Food RADARS is een grensoverschrijdend innovatieproject voor de agrovoedingssector in de Frans‑Belgische grensregio. Het wil de veerkracht en concurrentiekracht van voedingsbedrijven versterken door hen beter te wapenen tegen schokken zoals prijsstijgingen, grondstoftekorten, strengere regelgeving en de klimaat- en energietransitie. De naam staat voor “Reinforcement Actions to Develop Agrofood‑ecosystem Resilience and Sustainability” en het project wordt gefinancierd binnen Interreg France–Wallonie–Vlaanderen.
Food RADARS werkt rond drie grote sporen:
- innovatiecapaciteit vergroten (via bedrijfsbezoeken, innovatiescans, lerende netwerken, masterclasses en co‑creatie),
- pilootacties rond lokale grondstoffen, duurzame verpakking en efficiëntere logistiek opzetten,
- en bedrijven commercieel versterken met sales‑ en marketingopleidingen, storytelling, digitale tools en toegang tot nieuwe grensoverschrijdende markten.
Partners zijn onder meer Hainaut Développement (projectleider), POM West‑Vlaanderen, Inagro, Flanders’ FOOD, Wagralim, Eurasanté, diverse Kamers van Koophandel en de Chambre d’Agriculture in Noord‑Frankrijk. Samen bouwen zij aan duurzamere, innovatievere en competitievere voedselketens in de Eurometropool‑regio.
AgroTech
Het AgTech‑incubatorprogramma van EuraTechnologies in Willems (MEL) is een gespecialiseerde broedplaats voor start‑ups in landbouw- en greentech. Het centrum bevindt zich in de voormalige textielfabriek Caddy en biedt 1.000 m² ruimte voor jonge ondernemers sinds 2018.
Start‑ups kunnen er hun producten en diensten testen via een dicht netwerk van landbouwers, zodat oplossingen meteen in realistische praktijkomstandigheden worden verfijnd. Zo fungeert de incubator als schakel tussen digitale innovatie en de noden op het veld.
West-Vlaamse boeren maken zelf hun energie
In West-Vlaanderen is landbouw veel meer dan een landschap met koeien en akkers. De sector is goed voor 7,5% van de totale tewerkstelling en liefst 65% van het provinciale oppervlak is landbouwgrond. Innovatie is er geen modewoord, maar een noodzaak: met stijgende en schommelende energiekosten zoeken boeren naar manieren om hun bedrijf betaalbaar én toekomstgericht te houden. Energie staat daarbij centraal: wie zelf energie kan opwekken, drukt zijn kosten en versterkt zijn rendabiliteit. Wie die innovatiekracht weet te benutten, maakt zijn bedrijf weerbaarder tegen schokken van buitenaf en helpt tegelijk mee aan de verduurzaming van de hele keten – van veld tot vork.
De pocketvergister
Een van de meest opvallende vernieuwingen is de pocketvergister, een compacte installatie die mest, slib of groenteafval omzet in biogas. Zo’n pocketvergister kan genoeg gas produceren om een tractor of wagen te laten rijden. Onderzoekers gaan nog een stap verder door waterstof in de installatie te injecteren, waardoor de vergisting efficiënter verloopt en de kwaliteit van het gas verhoogt. Daardoor wordt het nog interessanter om biogas als brandstof te gebruiken op het erf. Volgens praktijkervaring zou één op de drie melkvee- en varkenshouders in aanmerking komen voor een eigen pocketvergister. Boeren kunnen de installatie huren, laten bijsturen en stap voor stap opschalen tot een volwaardige energiepoot van hun bedrijf.
De elektrische tractor
Op de tweejaarlijkse Agro-Expo in Roeselare werd recent de eerste elektrische tractor in België voorgesteld. Lichtere werkzaamheden op het veld, zoals schaven of kleinere grondbewerkingen, kunnen perfect elektrisch gebeuren. Dat vermindert de afhankelijkheid van diesel en maakt het mogelijk om lokaal opgewekte groene stroom rechtstreeks in te zetten in het dagelijkse werk.
Slimme sturing
De energiefactuur is een van de grootste kostenposten op veel landbouwbedrijven. Boeren proberen zich te wapenen tegen hoge en sterk wisselende prijzen door zelf energie op te wekken met zonnepanelen of een eigen windmolen. Daarbij komt steeds vaker digitale sturing kijken. Energieleveranciers rekenen almaar meer in kwartierwaarden: om de 15 minuten wordt gemeten hoeveel stroom verbruikt en geïnjecteerd wordt. Door productie, verbruik en injectie slim op elkaar af te stemmen, kunnen boeren hun energiefactuur drukken en tegelijk hun infrastructuur maximaal benutten.
De uitdagingen van Mercosur
Het EU‑Mercosur‑handelsakkoord is een vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie en de vier Mercosur‑landen (Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay) dat invoertarieven afbouwt en handel in beide richtingen makkelijker en goedkoper moet maken. Het opent de Europese markt verder voor landbouwproducten uit Zuid‑Amerika (zoals rundvlees, pluimvee, suiker, soja en ethanol) en geeft tegelijk Europese exporteurs – bijvoorbeeld in industrie en agrovoeding – meer toegang tot de Mercosur‑markten.
Voor Belgische en Franse boeren vormt dit een uitdaging omdat zij moeten concurreren met producten uit landen waar de productiekosten lager liggen en de regels voor milieu, pesticiden, dierenwelzijn en arbeidsomstandigheden vaak minder streng zijn dan in de EU. Door het akkoord kunnen grotere volumes goedkoop rundvlees, pluimvee en andere agrarische producten naar Europa komen, wat de prijzen voor Europese boeren onder druk zet, zeker in gevoelige sectoren zoals vlees, zuivel en suiker.
Boeren in België en Frankrijk vrezen “oneerlijke concurrentie”: zij moeten investeren in strengere normen en hogere kosten, terwijl ingevoerde producten niet altijd aan dezelfde standaarden lijken te beantwoorden of in ieder geval goedkoper kunnen worden geproduceerd.
Daarbij komt een klimaat‑ en milieudimensie: organisaties en landbouwers waarschuwen dat extra vraag naar goedkoop vlees en soja uit Mercosur‑landen kan leiden tot meer ontbossing en milieuschade, terwijl Europese boeren juist worden aangespoord om hun ecologische voetafdruk te verkleinen.
De EU wijst wel op quota, controles, noodrem‑mechanismen en een crisisreserve om extreme marktschokken op te vangen, maar veel boeren en hun organisaties betwijfelen of deze bescherming volstaat om hun inkomen en het voortbestaan van gezinsbedrijven te garanderen.