2 landen, 3 regio’s, 2 talen
De taalgrens die dwars door de Eurometropool loopt, is in feite één ononderbroken lijn die zich uitstrekt van de Noordzeekust bij Duinkerke, dwars door België tot in Luik en verder naar Duitsland. Ten noorden ervan spreekt men een Germaanse taal, het Nederlands, en ten zuiden een Romaanse taal: het Frans.
De politiek-administratieve grenzen lopen niet perfect samen met deze taalgrens. Binnen België wijkt de in 1962 vastgelegde taalgrens af van de werkelijke taalverhoudingen op het terrein. Daarom bestaan er in België nog altijd 27 "faciliteitengemeenten", waar inwoners met het gemeentebestuur ook in de andere landstaal mogen communiceren, waaronder Moeskroen, Komen-Waasten, Edingen en Vloesberg (Franstalig, met faciliteiten voor Nederlandstaligen) en Ronse, Spiere-Helkijn, Mesen, Bever, Herstappe en Voeren (Nederlandstalig, met faciliteiten voor Franstaligen).
De geschiedenis van de taalgrens
De taalgrens tussen het Nederlands en het Frans in dit deel van Europa is het resultaat van meer dan duizend jaar taalgeschiedenis. De grens tussen het Germaanse en het Romaanse taalgebied ontstond al in de vroege middeleeuwen, ergens tussen de 4de en de 9de eeuw, langs een lijn die ongeveer van Etaples (bij Boulogne) tot Aken loopt en die langs Rijsel passeert.
Voor het gebied dat wél oorspronkelijk Nederlandstalig was — Frans-Vlaanderen, rond Duinkerke en Hazebroek — verliep de taalverschuiving in golven, telkens gekoppeld aan politieke gebeurtenissen:
- De Vrede van de Pyreneeën (1659) en de Vrede van Aken (1667-1668) brachten Rijsel, Dowaai (Douai) en Doornik onder Franse soevereiniteit.
- De Vrede van Nijmegen (1678) en het Edict van Fontainebleau (1684) verplichtten in principe het gebruik van het Frans in het bestuur, maar bleven een eeuw lang grotendeels dode letter op het platteland.
- Het echte keerpunt kwam met de Franse Revolutie: een decreet van 1794 verplichtte onderwijs in het Frans, gevolgd door de schoolwetten van de 19de eeuw — de wet-Guizot (1833), de wet-Falloux (1850) en de wetten-Ferry (1881-1882, 1886) — die het Frans definitief tot enige onderwijstaal maakten.
- De wet-Deixonne van 1951, die als eerste Franse wet ruimte gaf aan regionale talen in het onderwijs, sloot het Vlaams expliciet uit van die erkenning.
- De echte generatiebreuk volgde na 1945: ouders die zelf nog Vlaams spraken, gaven de taal steeds minder door aan hun kinderen, onder invloed van school, media en sociale druk.
In 2021 erkende de Académie de Lille het "flamand occidental" (de Franse versie van het West-Vlaams) en het Picardisch officieel als regionale talen die op school onderwezen mogen worden.
Waar en hoe kan je de andere taal leren?
De mogelijkheden om Nederlands te leren aan de Franstalige kant, en Frans te leren aan de Vlaamse kant, verschillen sterk per onderwijsniveau en per regio. Onderstaand overzicht loopt van de basisschool tot het volwassenenonderwijs.
In de scholen aangestuurd door de Académie de Lille leren ongeveer 4.420 leerlingen Nederlands, verspreid over 53 instellingen — nog geen 1% van alle leerlingen in de regio. Het project "territoire plurilingue" in de regio Duinkerke loopt sinds het schooljaar 2023-2024: leerlingen krijgen er minstens 6 uur per week taalonderwijs, met Nederlands als één van de opties. Voor wie als volwassene Nederlands wil leren, bestaat in Bailleul het Maison du Néerlandais. In het hoger onderwijs biedt de Université de Lille een opleiding Nederlands.
In Wallonië is Nederlands sinds jaar en dag verplicht als eerste vreemde taal in het lager onderwijs. Wallonie picarde telt een dertigtal basisscholen met Nederlandse taalbadonderwijs (immersion), waarvan het merendeel effectief Nederlands aanbiedt, verspreid over 11 gemeenten van Doornik tot Anvaing. In het secundair onderwijs zakt dat aanbod echter naar amper 10 scholen. Voor hoger onderwijs biedt de UMONS (Faculté de Traduction et d'Interprétation, campus Bergen) een bachelor vertaling-tolken met Nederlands als werktaal. Voor volwassenen en werkzoekenden organiseert Le Forem taalcursussen en zelfs stages in bedrijven in Vlaanderen en de Duitstalige Gemeenschap.
In Vlaanderen is Frans verplicht vanaf het 5de leerjaar van het basisonderwijs. Immersieonderwijs is in de Vlaamse basisschool wettelijk niet toegelaten. In het secundair onderwijs is er sinds het schooljaar 2014-2015 wel CLIL (Content and Language Integrated Learning, vakken die in een vreemde taal worden gegeven). Tegen december 2024 waren er 134 scholen met CLIL, maar het aanbod is overwegend Engelstalig. Voor hoger onderwijs bieden onder meer UGent en KU Leuven opleidingen Franse taal- en letterkunde aan, en voor volwassenen organiseert de VDAB cursussen Frans, aangevuld met het aanbod van de CVO's (Centra voor Volwassenenonderwijs) en de Alliance Française.
Hoe evolueert het taalonderwijs?
Over de drie regio's heen moeten we vaststellen dat de interesse in de taal van de buur daalt.
Interesse in Nederlands daalt in Wallonië
Het aandeel leerlingen in het secundair onderwijs van de Federatie Wallonië-Brussel dat Nederlands koos als eerste moderne taal, zakte van 61,4% in 2001-2002 naar 24% in 2024. 70% van de Waalse leerlingen intussen kiest voor Engels. Onderzoek van Laurence Mettewie (UNamur) bij leerlingen brengt de kern van het probleem scherp in beeld: veel Waalse jongeren beschrijven het Nederlands zelf als "barbaars", "lelijk" of "nutteloos". Om die neergang te keren, plant de Waalse regering vanaf 2027-2028 een verplichting om Nederlands of Duits als eerste moderne taal te kiezen. Hoewel de politieke beslissing is genomen blijft de praktische uitvoering een uitdaging. De grootste horde is een tekort aan leerkrachten Nederlands, waardoor er in het onderwijsveld nog steeds twijfels zijn of er in 2027 wel voldoende personeel zal zijn.
Nederlandse les in Frankrijk wordt precair
Op nationaal Frans niveau volgt Nederlands de algemene trend van "LV3" (derde vreemde taal): het aandeel leerlingen dat een derde taal volgt, daalde van 6,8% in 2010 naar 3,3% in 2024. Het is ook moeilijk om Nederlandstalige leerkrachten te vinden. Om in het Franse systeem les te kunnen geven moet je een ‘concours’ passeren, een struikelblok is ook dat het Franse onderwijs minder betaalt dan in België.
Vlaanderen heeft geen zicht op leereffect
In Vlaanderen hield men in 2017 een peiling van de taalvaardigheid in het basisonderwijs en die was verontrustend: slechts 45% van de leerlingen haalde toen de eindtermen voor lezen Frans, tegenover 69% voor luisteren. Sindsdien is er geen nieuwe peiling meer geweest. Vlaanderen heeft na de verontrustende peiling van 2017 vooral ingezet op didactische ondersteuning, taalinitiatie, professionalisering van leerkrachten, functioneel taalcontact en uitwisseling. Naar het effect is het raden. De nieuwe Vlaamse toetsen die vanaf 2026 algemeen worden ingevoerd, meten enkel Nederlands en wiskunde, niet Frans.
Nederlands en Frans in het bedrijfsleven
De economische nood aan tweetaligheid neemt niet af, maar de taalvaardigheid van de beroepsbevolking wél. Dat patroon herhaalt zich, met eigen accenten, in Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk.
Frans blijft nodig in Vlaamse bedrijven
Volgens de meest gedetailleerde meting, VDAB's studiereeks VDAB Ontcijfert (2020, data 2018), vroeg 21,4% van de Vlaamse vacatures kennis van het Frans, tegenover 18,0% voor Engels. Recentere cijfers (2021, op basis van 237.462 vacatures) tonen een lichte daling naar 18,7% Frans versus 16,5% Engels. De vraag is groter in gebieden die grenzen aan Frankrijk en Wallonië.
HR-dienstverlener Bright Plus analyseerde de taaltesten die ze afnam bij duizenden kandidaten en kwam tot de vaststelling dat de kennis van het Frans als tweede taal bij Nederlandstalige Belgen significant daalde. Het huidige niveau ligt inmiddels onder B1. In 2015 lag dat niveau nog op B1/B2. In het Vlaamse volwassenenonderwijs zakte het aantal cursisten Frans in vijf jaar met 22%. Vanuit werkgeverskringen kijkt men bezorgd naar deze evolutie. .
Waalse vacatures vragen kennis Nederlands
In Wallonië is het Nederlands, meer nog dan Engels, de eerste vreemde taal van de arbeidsmarkt. Eind 2024 vroegen meer dan 12.000 van de ongeveer 32.000 Forem-vacatures kennis van het Nederlands. Er is een mismatch tussen vraag en aanbod. Volgens HR-bureau Page Personnel daalde het aantal Franstalige kandidaten met kennis van het Nederlands met 30% in de voorbije jaren. Vlaanderen is tegelijk de belangrijkste markt voor Waalse ondernemingen.
Fransen die Nederlands kunnen zijn zeldzaam
Er is best wat economisch verkeer tussen Vlaanderen en Hauts-de-France. België is de belangrijkste exportbestemming van Hauts-de-France. Het aantal Franse grensarbeiders in West-Vlaanderen krimpt door wijzigingen in fiscaliteit en sociale zekerheid en de industriële heropleving rond Duinkerke. "Franstaligen met een basiskennis Nederlands worden steeds zeldzamer, en toch is de nood reëel", aldus de De Chambre de Commerce France-Belgique Lille. Kennis van het Nederlands geeft makkelijker toegang tot de Vlaamse en Nederlandse markt en versterkt de zakelijke contacten, aldus de CCFBL. (Bron: CCFBL).
Engels is geen vervanging
In Vlaanderen wordt Frans nog steeds vaker gevraagd dan Engels en in Wallonië geldt hetzelfde voor het Nederlands. De verklaring hiervoor zit in de aard van de jobs: de banen waarvoor mensen de grens oversteken - zoals bouw, tuinbouw, agrovoeding, logistiek, zorg, horeca - zijn geen Engelstalige kaderfuncties.
Waar het Engels wél duidelijk aan terrein wint, is in de schoolkeuzes van jongeren (in Wallonië kiest 70% inmiddels voor Engels als eerste taal) en in de interne bedrijfscommunicatie van internationaal georiënteerde ondernemingen.