Dossier Economie

Zaken doen met de buren

18 min leestijd
Zaken doen met de buren

De grens tussen België en Frankrijk lijkt op de kaart een dun lijntje, maar voor ondernemers voelt ze vaak als een stevige drempel. Achter die drempel lonkt wel een enorme markt: Franse bedrijven zoeken kansen in België, Belgische ondernemers beproeven hun geluk in Frankrijk. Wie die stap waagt, botst al snel op cultuurverschillen, andere besluitvorming, onbekende regelgeving en een zakelijke taal die subtiel maar fundamenteel anders werkt. In dit webdossier brengen we verhalen van ondernemers samen met filmpjes, info en concrete tips, zodat wie “bij de buren” wil starten, beter gewapend aan de slag kan.


Mobiliteit van bedrijven over de grens

De economische ruimte van Vlaanderen, Wallonië en de Franse Hauts‑de‑France vormt één verweven grensregio met veel woon‑werkverkeer en steeds meer grensoverschrijdend ondernemen. Vlaamse bedrijven kijken naar Frankrijk als logische uitbreidingsmarkt, terwijl Franse ondernemingen België vaak zien als een toegankelijk proefterrein voor hun internationale groei. Tegelijk verkennen Fransen zowel Vlaanderen als Wallonië, en trekken Vlamingen naar Wallonië om nieuwe klanten of productiecapaciteit te vinden.

België telt meer dan 2.500 filialen van Franse bedrijven en Frankrijk meer dan 2.000 filialen van Belgische bedrijven. 

Bron: Franse ambassade in België


Toch is die mobiliteit minder vanzelfsprekend dan ze lijkt. Belgische ondernemers ontdekken dat “even onze Vlaamse werkwijze kopiëren” in Frankrijk niet werkt, omdat de zakelijke cultuur er veel relationeler en formeler is. Franse ondernemers in België merken dan weer dat de administratieve versnippering (federaal, gewesten, gemeenschappen) verwarrend kan zijn, en dat België geen homogeen land is maar een lappendeken van talen en gewoontes. En wie als Vlaming in Wallonië gaat ondernemen, komt in een Franstalige context terecht waar beslissingen vaak via andere netwerken lopen en vertrouwen ook tijd vraagt.

Een terugkerend patroon: succesvolle grensondernemers investeren in lokale kennis en aanwezigheid. Ze werken met vertegenwoordigers of medewerkers uit het land of de regio waar ze actief worden, bouwen stap voor stap een netwerk op en laten zich begeleiden door specialisten in fiscaliteit, arbeidsrecht en administratie.

Een Belg die wijn verkoopt aan een Fransman: het klinkt als het begin van een mop, maar het is bloedserieus. Wijnhandelaar en distributeur Brunin-Guillier is al enkele jaren gevestigd in de metropool Rijsel en de zaken gaan goed voor deze gepassioneerde wijnliefhebber uit het Belgische Gaurain.

Waarom zoeken ondernemers België en Frankrijk op?

Franse Le Fourgon breidt uit naar België

Le Fourgon, een circulair bezorgconcept met herbruikbare verpakkingen, ontstond in Wambrechies en koos België als eerste buitenlandse markt. Het bedrijf zet zijn eerste stappen over de grens via een vestiging in Luik en gebruikt die stad als springplank naar de rest van het land. Le Fourgon maakt zo deel uit van een bredere golf: volgens de cijfers van de Frans‑Belgische Kamer van Koophandel zetten elk jaar ongeveer 160 Franse bedrijven hun eerste stappen op de Belgische markt.

De keuze voor België is logisch: geografische nabijheid, een hoge bevolkingsdichtheid, sterke koopkracht en een groeiende gevoeligheid voor duurzaamheid. Toch is de sprong niet frictieloos. Le Fourgon botst op verschillen in regelgeving rond statiegeld, verpakking en logistiek, en moet zich aanpassen aan specifieke Belgische gewoonten rond thuislevering en klantcontact. Via begeleiding door de CCI France Belgique en lokale partners in Luik leert het bedrijf hoe het zijn Franse model kan vertalen naar de Belgische realiteit.

Culturele nuances spelen ook hier. Waar Franse klanten gewend zijn aan een bepaalde communicatie‑ en servicevorm, zal Le Fourgon in België rekening moeten houden met een tweetalige markt, andere verwachtingen rond snelheid en bereikbaarheid, en grote regionale verschillen. Het verhaal van Le Fourgon laat zien dat “een succesformule kopiëren” zelden genoeg is: fine-tuning per regio is noodzakelijk.

Dewaflex loodst Vlamingen op Franse markt

Dewaflex, het bedrijf van Pieter Dewaele, is gespecialiseerd in het begeleiden van Vlaamse bedrijven die actief willen worden op de Franse markt. Vanuit Roubaix en Wattrelos, net over de grens, helpt Dewaflex Belgische ondernemingen om hun eerste commerciële stappen te zetten in Frankrijk. Het bedrijf opent een tweede vestiging in Frankrijk en combineert kennis van de Franse markt met een goed begrip van wat Vlaamse ondernemers nodig hebben.

Voor Pieter Dewaele is het taalgebruik hét grootste verschil. In Vlaanderen gebruiken we taal heel direct, om “rechttoe rechtaan” te zeggen wat we willen, terwijl men in Frankrijk taal inzet om vertrouwen te bouwen en de relatie te structureren. Bedrijven zoals Unigift uit Kortrijk, Vanloot Industriebouw en Label Products hebben dat aan den lijve ondervonden: hun eerste reflex was om de Vlaamse manier één op één te kopiëren naar Frankrijk, maar al snel bleek dat lokale aanwezigheid en Franstalige vertegenwoordigers cruciaal zijn. Unigift werkt met een Franse student, Vanloot en Label Products met Franse verkopers en teams die de Franse regelgeving, codes en verwachtingen door en door kennen.

Dewaflex helpt daarbij via onder meer het Franse systeem van “portage salarial”: een Franse vertegenwoordiger komt op de payroll van Dewaflex en wordt vervolgens als het ware “gedetacheerd” naar het Vlaamse bedrijf. Zo kan een KMO relatief snel en flexibel een Franse commerciële voet aan de grond krijgen, zonder meteen een eigen filiaal te moeten oprichten. Volgens Dewaele is het onderschatten van cultuurverschillen een garantie op problemen: het potentieel is enorm, maar enkel wie bereid is om “op een Franse manier naar hetzelfde resultaat toe te werken”, maakt echt kans op duurzame groei.

Aandachtspunten bij ondernemen in Frankrijk

Gebaseerd op de inzichten uit “Affaires met Fransen” van Pieter Dewaele, en op de ervaringen van bedrijven die al actief zijn in Frankrijk, komen een aantal vaste aandachtspunten terug.

  • Investeer in taal én nuance: spreek Frans of werk met Franstalige medewerkers, en besef dat formuleringen minder direct en vaak formeler zijn dan in Vlaanderen. Een te directe mail of pitch kan in Frankrijk overkomen als bot of onbeleefd.
  • Zie vertrouwen als startpunt, niet als bijproduct: Fransen gebruiken meetings, small talk en taal om eerst vertrouwen op te bouwen, en pas daarna over te gaan tot concrete deals. Reken op langere beslissingsprocessen, maar ook op sterke loyaliteit eens de relatie er is.
  • Werk met lokale mensen: Franse klanten praten het liefst met Fransen; lokale vertegenwoordigers openen deuren, kennen de ongeschreven regels en voelen aan hoe ver je kan gaan in onderhandelingen.
  • Neem regelgeving en administratie ernstig: bouw Franse kennis in via partners (zoals accountants‑ en consultancykantoren met Franse vestigingen) of een juridisch‑fiscale begeleider. Zo voorkom je fouten in contracten, sociale wetgeving of fiscaliteit.
  • Pas je Vlaamse aanpak aan, maar verlies je sterktes niet: veel Franse klanten waarderen de efficiënte, no‑nonsense aanpak van Vlaamse bedrijven, zolang die gekoppeld is aan respect voor Franse omgangsvormen. Denk: Vlaamse betrouwbaarheid en snelheid, verpakt in een Franse communicatiestijl.
  • Denk lange termijn en regionaal: Frankrijk is groot en divers; begin in een regio (bijvoorbeeld Noord‑Frankrijk) en schaal pas op als je daar netwerk en referenties hebt opgebouwd. Geduld en aanwezigheid zijn belangrijker dan snelle “hit‑and‑run” verkoop.

Aandachtspunten bij ondernemen in België

Franse bedrijven die in België starten, moeten vooral letten op een minder hiërarchische cultuur, meer indirecte communicatie en veel belang aan vertrouwen op lange termijn. 

  • Minder strakke hiërarchie: Belgische organisaties werken doorgaans vlakker dan veel Franse bedrijven, met meer inspraak en informele overlegmomenten in de teams.
  • Directheid versus diplomatie: Fransen ervaren Belgen vaak als vrij direct en tegelijk minder confronterend; kritiek wordt in België zachter verpakt, met meer nuance en humor.
  • Zelfrelativering: Belgen maken meer gebruik van zelfspot en relativerende opmerkingen; dat kan voor Fransen overkomen als gebrek aan ambitie, terwijl het eigenlijk een stijlverschil is.
  • Verschil tussen regio’s: Werken in Brussel of Vlaanderen voelt anders dan in Wallonië; talenmix, humor en informele omgang vormen in Brussel een extra laag bovenop de Franse-Belgische verschillen.
  • Pas je communicatiestijl aan: blijf duidelijk en professioneel, maar verzacht kritiek, vermijd te veel “grote verklaringen” en laat ruimte voor tegenspraak.
  • Let op met status-symbolen: titels en hiërarchische afstand zijn minder relevant dan in Frankrijk; luister ook naar middle management en medewerkers in operationele rollen.

Van Vlaanderen naar Wallonië

Zelfs binnen België botsen bedrijven op cultuurverschillen tussen Vlaanderen en Wallonië, met andere verwachtingen, communicatie en manier van samenwerken. In de volgende reportage zie je hoe een Vlaams bedrijf die verschillen ontdekt en ermee omgaat wanneer het zich in Wallonië vestigt.


Sinds bijna een jaar is het bedrijf Above & Beyond gevestigd in Dottignies, in de entiteit Moeskroen. Het is gespecialiseerd in evenementententen en schaduwdoeken en wordt geleid door twee Vlaamse ondernemers. De verhuizing is een strategische keuze, onder meer ingegeven door gunstigere economische voorwaarden in Wallonië.