Een kerk waar ook boeken worden uitgeleend, kalkovens die ruimte bieden aan kunstenaars, een textielfabriek die plaats maakt voor een nieuwe stadswijk. Onroerend erfgoed krijgt op uiteenlopende manieren een toekomst. In dit dossier trekken we door Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk, op zoek naar inspirerende voorbeelden. Erfgoedzorg gaat over meer dan gebouwen bewaren. De uitdaging is om plekken te laten veranderen zonder te verliezen wat ze bijzonder maakt.
Kerken zoeken een toekomst
Minder kerkgangers en een tekort aan priesters zetten het parochieleven in Frankrijk en België onder druk. Onderhoud, verwarming en herstellingen blijven aanzienlijke middelen vragen. Hoe kunnen deze gebouwen een toekomst krijgen zonder hun erfgoedwaarde en betekenis voor de gemeenschap te verliezen? Het antwoord hoeft niet altijd een volledige functiewijziging te zijn. Bij een nevenbestemming blijft de kerk in gebruik voor erediensten, maar krijgt ze ook andere functies: als bibliotheek, concertzaal, tentoonstellingsruimte of ontmoetingsplek. Soms worden verschillende delen van het gebouw daarvoor afzonderlijk ingericht. Elders delen gebruikers dezelfde ruimte op verschillende tijdstippen. Een volledige herbestemming gaat verder: de kerk wordt aan de eredienst onttrokken en krijgt een nieuwe hoofdfunctie.
Dezelfde uitdaging, andere kaders
In Wallonië en Vlaanderen steunt het beheer van katholieke parochiekerken op kerkfabrieken en daarmee ook de gemeenten. De toekomst van het religieuze patrimonium is daarmee een lokale budgetkwestie. In Celles leidde de financiële druk bijvoorbeeld tot een debat over het samenbrengen van zes kerkfabrieken om beheer en uitgaven te bundelen.
Volledige onttrekkingen blijven in Wallonië beperkt in aantal. Volgens een overzicht op basis van cijfers van de Waalse overheid werden tussen 2020 en 2025 in Wallonië 23 kerken en kapellen gedesaffecteerd.
Sinds 2025 moet elke Vlaamse gemeente over een kerkenbeleidsplan beschikken, ondertekend door het gemeentebestuur en de bisschop. Daarin staat een langetermijnvisie voor alle parochiekerken op het grondgebied: welke behouden hun religieuze functie, waar is gedeeld gebruik mogelijk en welke komen voor een volledige herbestemming in aanmerking? Het plan moet ook aangeven hoe die toekomstvisie kan worden gerealiseerd.
De omvang van de opgave is aanzienlijk. Voor ongeveer zes op de tien kerken wordt een neven- of herbestemming overwogen. Dat betekent niet dat al die gebouwen zullen sluiten: het cijfer omvat ook kerken waar liturgie en andere activiteiten naast elkaar kunnen blijven bestaan.
In Frankrijk is de situatie min of meer gelijkaardig, weliswaar afhankelijk van de leeftijd van de kerk. Veel oudere Franse kerken behoren er toe aan de gemeenten, als gevolg van de historische regeling rond de scheiding van Kerk en Staat in 1905. De gebouwen blijven wettelijk ter beschikking van de katholieke eredienst. De gemeente is dan eigenaar, terwijl de kerkelijke gebruiker instaat voor het religieuze gebruik. Een burgemeester kan er niet zomaar beslissen om een kerk om te vormen. Zolang de wettelijke bestemming voor de eredienst geldt, moeten andere activiteiten daarmee verenigbaar zijn en met de kerkelijke gebruiker worden afgesproken. Tal van gemeenten worden geconfronteerd met kerken waarvoor zware renovaties nodig zijn, terwijl hun middelen beperkt zijn.
Kerken die na 1905 werden gebouwd, behoren doorgaans tot het kerkelijke of private patrimonium.
West-Vlaanderen zet in op multifunctioneel gebruik van kerken
De provincie lanceerde een subsidieregeling voor kleine, gerichte aanpassingen die kerken bruikbaarder maken voor verenigingen, buurtwerking en cultuur. Het gaat niet altijd om spectaculaire verbouwingen. Sanitair, een keukenhoek, betere verlichting, een podium of flexibele afscheidingen kunnen al een groot verschil maken. Naast de grotere reconversies tonen deze ingrepen hoe een kerk geleidelijk opnieuw een intensiever gebruikte ontmoetingsplek kan worden.
Aalbeke
Een bibliotheek, muziekonderwijs en een kapel onder één dak
De Sint-Corneliuskerk in Aalbeke is een uitgewerkt voorbeeld van ruimtelijk gedeeld gebruik. Sinds de verbouwing van 2022 huisvesten de zijbeuken een buurtbibliotheek en vier muziekklassen van het Kortrijkse Conservatorium. Een centrale foyer verbindt de verschillende functies en kan ook dienen voor lezingen, concerten en als leeszaal. De religieuze functie bleef behouden in het voormalige koor.
Wielsbeke
De bibliotheek boven, de kerk beneden
In de Sint-Laurentiuskerk in Wielsbeke werd een extra verdieping ingebouwd als boekenzaal voor de bibliotheek. Andere bibliotheekfuncties, waaronder het archief, de leeszaal en een polyvalente ruimte, kregen plaats in een nieuwbouw naast de kerk. Het gebouw bleef tegelijk een volwaardige plaats van eredienst.
De bibliotheek sluit wanneer een kerkdienst plaatsvindt; tijdens de openingsuren van de bibliotheek worden geen plechtigheden georganiseerd.
Roeselare
Een architectenbureau met een gemeenschapsambitie
De Sint-Jozefskerk in Roeselare werd op 1 januari 2016 aan de eredienst onttrokken en vervolgens gekocht door het architectenbureau 3ARCHITECTEN voor de inrichting van een kantoor. Met de verkopers en de stad werden afspraken gemaakt over het behoud van de toren en een gemeenschapsruimte.
Bossuit
Van kerkgebouw naar open publieke ruimte
De Sint-Amelbergakerk in Bossuit kreeg een uitzonderlijke invulling. Kunstenares Ellen Harvey en Sileghem & Partners vormden het gebouw om tot een open ruimte. De buitenmuren bleven staan, maar dak en kolommen werden verwijderd. Het resultaat is een bewust vormgegeven ruïne die als publieke plek kan functioneren.
La Lainière de Roubaix: wat is er nog over van een textielreus?
Wat bewaar je van een fabriek wanneer de machines zijn stilgevallen? Op de grens van Roubaix en Wattrelos verandert de voormalige site van La Lainière in een wijk met bedrijven, woningen en openbare ruimte. Van de oude fabrieksgebouwen blijven slechts enkele getuigen overeind. Hoe geef je een verlaten industrieterrein een toekomst zonder zijn verleden uit te wissen?
Een fabriek die de streek vormgaf
Vanaf de jaren 1970 is er een textielcrisis. In 1977 vallen de eerste ontslagen, gevolgd door herstructureringen en wisselingen van eigenaar. In januari 2000 sluit La Lainière definitief de deuren. Er werken dan nog 223 mensen. Voor de streek betekent het verdwijnen van deze industriële reus het einde van een tijdperk.
Wat moet er gebeuren met de achtergebleven terreinen en gebouwen? De herontwikkeling omvat meer dan alleen de voormalige spinnerij. Ook de terreinen van de wolkammerij Amédée en van Pennel et Flipo maken er deel van uit. Samen beslaat het project bijna 34 hectare, verspreid over Roubaix en Wattrelos.
Onder impuls van de MEL en met Ville Renouvelée als gebiedsontwikkelaar krijgt de site een nieuwe bestemming. De ambitie is een wijk te creëren waar mensen kunnen werken, wonen en zich verplaatsen. Het programma combineert bedrijfsruimte met woningen en nieuwe openbare ruimte. Ongeveer 70 procent van de oppervlakte is bestemd voor economische activiteiten en 30 procent voor wonen.
De herontwikkeling moet het voormalige fabrieksterrein ook opnieuw verbinden met de omliggende stad. Een groene wandel- en fietsverbinding, nieuwe paden en groen ingerichte openbare ruimte begeleiden de komst van bedrijven en bewoners.
Een groot deel van de fabrieksgebouwen is verdwenen. De weinige behouden gebouwen worden zo de tastbare getuigen van een industrieel landschap dat hier ooit allesbepalend was.
De kalkovens van Chercq: industrieel erfgoed krijgt een nieuw leven
Aan de oevers van de Schelde in Chercq, bij Doornik, staan de voormalige kalkovens van Saint-André. Het monumentale complex, waarvan de bouw begon in 1840, getuigt van een industrie die het landschap en het leven in de streek ingrijpend heeft gevormd. Vandaag krijgen de ovens en de omliggende gebouwen een andere betekenis: als plek voor herinnering, artistieke creatie en ontmoeting.
Van kalksteen naar industrieel landschap
Een plek voor herinnering
De oude ovens vormen het decor voor nieuwe activiteiten. De gewelfde ruimtes bieden plaats aan tentoonstellingen, voorstellingen en ontmoetingen. Boven op het complex ligt een herinneringstuin, waar persoonlijke totems een tastbaar spoor bewaren van mensen en hun levensverhaal.
Het collectief Silex voegt daar een sociaal-artistieke werking aan toe, met onder meer kunstenaarsresidenties, creatieruimtes en gezamenlijke activiteiten. Een voormalige paardenstal werd ingericht als bakkerij. Niet alleen brood bakken staat centraal, maar ook kennis delen, samen leren en buren met elkaar verbinden.